9 maart 2010

imagetop imagetop
Heeft u het forum al eens bezocht?
 
imagetop
<<  Maart 2010  >>
 zo  ma  di  wo  do  vr  za 
   1  2  3  4  5  6
  7  8  910111213
14151617
21222324252627
28293031   
imagetop imagetop
We hebben 5 gasten online
Het orgel PDF Afdrukken E-mailadres

Het orgel in onze Kandelaarkerk is gebouwd door BAG Orgelmakers te Enschede.
Het orgel is in juni 1981 gereedgekomen.
Als adviseur bij de bouw trad de heer Dirk Jansz. Zwart uit Rotterdam op.
Het orgel is gepositioneerd op een galerij van de westelijke glaswand.
Het is gebouwd volgens het mechanisch sleepladensysteem,
wat inhoudt dat de overbrenging van toets naar ventiel langs mechanische weg plaatsvindt.
De klavieren zijn uitgevoerd als staartklavieren.
De kas is ontworpen door de orgelmaker en volgt geheel de aandacht van de functionele verdeling van het instrument in de zogeheten 'werken'.
De kas is geheel vervaardigd van massief eikenhout.
We onderscheiden hier bovenwerk, hoofdwerk, rugwerk en pedaal.
Het rugwerk is het 'kleine orgel' dat het meest naar voren in de kerk geplaatst staat.
Het bevindt zich achter de rug van de organist en daaraan ontleent het ook zijn naam.
Boven de speeltafel is het hoofdwerk geplaatst waarop het bovenwerk aansluit.
Deze werken worden aan weerszijden geflankeerd door de pedaaltorens.
Ieder 'werk' wordt bespeeld met behulp van een eigen klavier.
Zodoende heeft dit orgel drie klavieren of manualen en een voetklavier of pedaal.

Het onderste manuaal correspondeert met het rugwerk, het middelste met het hoofdwerk, het bovenste met het bovenwerk.
Het voetklavier bedient het pedaal.
Het voetklavier is te koppelen aan alle drie de manualen.
De klavieren zijn onderling koppelbaar, geheel langs mechanische weg.
De pijpen die u in het front ziet, zijn van de onderscheiden prestantregisters op de 'werken'.
'Prestant' komt van het Latijnse 'praestare', dat 'vooraanstaan' betekent.

De klankmogelijkheden waarover een organist kan beschikken worden aangegeven door het aantal registers.
Dit noemt men de 'dispositie' van het orgel.
De dispositie is hieronder weergegeven.
Dispositie van het kerkorgel

 

Hoofdwerk Rugwerk Bovenwerk Pedaal
Prestant 8' Prestant 8' Prestant 8' Prestant 16'
Bourdon 16' Holpijp 8' Baarpijp 8' Subbas 16'
Roerfluit 8' Octaaf 4' Viola 8' Octaaf 8'
Octaaf 4' Roerfluit 4' Octaaf 4' Bazuin 16'
Gemshoorn 4' Quintfluit 3' Gedekt 4' Trompet 8'
Quint 3' Woudfluit 2' Nasard 3'  
Octaaf 2' Terts 13/5' Nachthoorn 2'
Cornet af A0 5 st Scherp 3-4st Flageolet 1'
Mixtuur 4-5 st Dulciaan 8' Vox Humana 8'
Trompet bas 8'  
Trompet Disc. 8'

Zoals u kunt zien heeft het instrument 33 stemmen, die verdeeld zijn over drie klavieren en het pedaal. Met de hieronder gegeven verdeling bedraagt het totaal aantal orgelpijpen 2086:

 

Hoofdwerk:

Rugwerk:

Bovenwerk:

Pedaal:

843

607

486

150

Behalve de 33 stemmen zijn er ook nog drie tremulanten, namelijk voor het hoofdwerk, het rugwerk en het bovenwerk. Ook heeft het orgel de volgende koppels, die net als de speel- en registertractuur volledig mechanisch zijn:

Hoofdwerk + Rugwerk 
Hoofdwerk + Bovenwerk
Pedaal + Hoofdwerk
Pedaal + Rugwerk
Pedaal + Bovenwerk